ECLI:NL:RBAMS:2018:3616
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens vermeende vooringenomenheid rechtbank in strafzaak
Verzoeker, verdachte in een strafzaak, diende een wrakingsverzoek in tegen de leden van de meervoudige strafkamer vanwege vermeende vooringenomenheid. Kern van het verzoek was dat de verdediging onvoldoende tijd kreeg om de inhoud van een Cd-rom met onderzoeksdata te bestuderen en analyseren, wat volgens verzoeker onbegrijpelijk was en getuigde van partijdigheid.
De rechtbank had het verzoek om aanhouding van de behandeling afgewezen, stellende dat de verdediging voldoende gelegenheid had gehad om gericht onderzoek te doen met behulp van de zoekmachine Hansken en eerdere datasets. De verdediging betoogde dat dit niet volstond, mede omdat de Cd-rom onvolledig was en de beschikbare middelen niet geschikt waren voor een grondige analyse.
De wrakingskamer oordeelde dat wraking niet bedoeld is om onwelgevallige rechterlijke beslissingen aan te vechten, maar slechts bij objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid. De kamer concludeerde dat de beslissing van de rechtbank zorgvuldig was gemotiveerd en niet onbegrijpelijk of onjuist in die mate dat vooringenomenheid kan worden aangenomen. De strafzaak moet nog inhoudelijk worden behandeld, waarbij de verdediging alle gelegenheid heeft om onderzoeksresultaten te betwisten.
Daarom wees de wrakingskamer het verzoek tot wraking af en bevestigde dat er geen feiten of omstandigheden zijn die de vrees voor partijdigheid objectief rechtvaardigen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.