Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Onderzoek ter terechtzitting
mr. G.M. Kolman, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. C. Maat, naar voren hebben gebracht.
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
13 november 2017. [slachtoffer 1] is gebeld door # [nummer 1] . Uit historische gegevens van # [nummer 1] is gebleken dat dit nummer contact had met # [nummer 2] , het nummer van verdachte. De telefoon van verdachte heeft paallocaties aangestraald in de directe omgeving van de woning van aangever en van de gebruikte pinautomaat. Op het Primera pakket dat bij [slachtoffer 1] is afgeleverd door de pakketbezorger, zijn vingerafdrukken van verdachte aangetroffen. Op zitting heeft verdachte ten aanzien van dit feit verklaard dat als zijn vingerafdrukken op het pakketje zitten, hij het pakket waarschijnlijk ook wel heeft afgeleverd.
23 november 2017. Uit de historische gegevens van # [nummer 2] is gebleken dat aangever [slachtoffer 2] door dit nummer is ingebeld en dat dit nummer paallocaties heeft aangestraald in de directe omgeving van de woning van aangever. Op het afgeleverde Primera pakket zijn de vingerafdrukken van verdachte aangetroffen. Verdachte heeft op zitting verklaard dat hij denkt dat hij het pakket heeft afgeleverd, omdat zijn vingerafdrukken daarop zijn aangetroffen.
4.Bewezenverklaring
[slachtoffer 1] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten een pinpas en de bijbehorende pincode, door voornoemde [slachtoffer 1]
[slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed en het ter beschikking stellen van gegevens, te weten een pinpas en de bijbehorende pincode, door
[slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, het ter beschikking stellen van gegevens, te weten een pinpas en de daarbij bijbehorende pincode, door voornoemde [slachtoffer 6]
5.Strafbaarheid van de feiten
6.Strafbaarheid van verdachte
7.Motivering van de straffen
8.Beslag
9.Benadeelde partijen en de schadevergoedingsmaatregel
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
[verdachte] ,daarvoor strafbaar.
jeugddetentievan
365 (driehonderdvijfenzestig) dagen.
groot 171 (honderdéénenzeventig) dagen,van deze jeugddetentie
nietzal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.
2 (twee) jarenvast.
taakstrafbestaande uit een werkstraf voor de duur van
200 (tweehonderd) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat
vervangende jeugddetentiezal worden toegepast van
100 (honderd) dagen.
[slachtoffer 7] niet-ontvankelijkin zijn vordering.
[slachtoffer 1], tot het bedrag van
€ 600,00 (zegge zeshonderd euro),
te vermeerderen met de wettelijke rentedaarover vanaf het moment van het ontstaan van de schade op 13 november 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening.