De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld wegens het opzettelijk vangen en onder zich hebben van een big van een wild zwijn op 8 juni 2015. Verdachte handelde samen met een ander en erkende de daad, waarbij hij een schop gaf waardoor het dier gevangen kon worden. De rechtbank verwierp het verweer dat het handelen in een opwelling gebeurde.
Verdachte werd tevens beschuldigd van deelname aan een criminele organisatie, maar de rechtbank sprak hem hiervan vrij omdat onvoldoende bewijs was voor een duurzaam en gestructureerd samenwerkingsverband. De strafrechtelijke beoordeling vond plaats onder de gunstiger bepalingen van de Wet natuurbescherming, die sinds 1 januari 2017 de Flora- en faunawet heeft vervangen.
De rechtbank hield rekening met het feit dat de zaak niet binnen de redelijke termijn was afgedaan, maar achtte dit niet overschreden omdat de termijn pas begon bij het uitbrengen van de dagvaarding. Gezien de ernst van het feit, de omstandigheden en het ontbreken van een strafblad, legde de rechtbank een geldboete van €1.500,- op, met een vervangende hechtenis van 25 dagen bij niet-betaling.