ECLI:NL:RBAMS:2018:334
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen gesplitst omgevingsvergunning bouwplan
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een omgevingsvergunning die is verleend aan vergunninghouder voor het plaatsen van een dakterras, het wijzigen van kozijnen en inpandige wijzigingen, waarbij een aanbouw niet is meegenomen in de aanvraag.
De voorzieningenrechter beoordeelt of het bouwplan terecht is gesplitst in een vergunningplichtig en een niet-vergunningplichtig deel. Uit vaste rechtspraak blijkt dat een bouwplan in beginsel als één geheel moet worden beoordeeld, tenzij onderdelen functioneel en bouwkundig gescheiden kunnen worden.
De aanbouw is volgens de voorzieningenrechter functioneel en bouwkundig te onderscheiden van de overige onderdelen, waardoor de splitsing gerechtvaardigd is. Het bezwaar van verzoeker tegen de vergunningplichtigheid van de aanbouw en de welstandseisen wordt niet gevolgd omdat de aanvraag die aanbouw niet betreft.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en blijft de omgevingsvergunning ongeschort. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de gesplitste omgevingsvergunning wordt afgewezen.