ECLI:NL:RBAMS:2018:3284
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mishandeling met scherp voorwerp
Op 28 oktober 2017 ontstond in een woning te Amsterdam een hevige woordenwisseling tussen verdachte en het slachtoffer, die uitmondde in een fysieke confrontatie waarbij beiden letsel opliepen. Verdachte werd beschuldigd van poging tot doodslag dan wel zware mishandeling door het steken met een scherp voorwerp in de arm van het slachtoffer.
De verklaringen van verdachte, het slachtoffer en een derde getuige verschilden aanzienlijk over de toedracht en volgorde van de gebeurtenissen. Verdachte stelde dat hij werd aangevallen en gewond raakte, terwijl het slachtoffer verklaarde dat verdachte hem met een mes had gestoken. Het dossier bevatte letselverklaringen die bevestigden dat beiden verwondingen hadden, maar het was onduidelijk welk voorwerp welke verwonding had veroorzaakt.
De officier van justitie vorderde veroordeling voor zware mishandeling, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte vanwege de onduidelijkheid en tegenstrijdigheden in de verklaringen. De rechtbank oordeelde dat de bewijsvoering onvoldoende was om met overtuiging vast te stellen wie welk letsel had toegebracht en sprak verdachte vrij van de tenlasteleggingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij het letsel aan het slachtoffer heeft toegebracht.