ECLI:NL:RBAMS:2018:2995

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 april 2018
Publicatiedatum
3 mei 2018
Zaaknummer
13/751731-16
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 OverleveringswetArt. 22 OverleveringswetArt. 29 Overleveringswet
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Officier van justitie niet-ontvankelijk wegens overdracht tenuitvoerlegging straf aan Nederland

De zaak betreft een verzoek van de Duitse officier van justitie tot in behandeling neming van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd op 17 mei 2016 voor de overlevering van een persoon aan Duitsland ter uitvoering van een vrijheidsstraf van dertien maanden. De opgeëiste persoon, geboren in Duitsland in 1973 en woonachtig in Nederland, werd bijgestaan door een raadsman en een tolk tijdens de zitting van 28 februari 2017.

De rechtbank schortte het onderzoek op om de uitkomst van een verzoek tot strafovername door Nederland af te wachten. Op 19 april 2018 werd het onderzoek hervat, maar de opgeëiste persoon en zijn raadsman waren niet verschenen. De officier van justitie stelde zich niet-ontvankelijk omdat de tenuitvoerlegging van de straf aan Nederland is overgedragen en de strafzaak reeds bij het parket Oost-Brabant in behandeling is. De rechtbank volgde dit standpunt en verklaarde de officier van justitie niet-ontvankelijk.

De rechtbank heft tevens het geschorste bevel tot overleveringsdetentie op. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De procedure toont de toepassing van de Overleveringswet en het Europese strafrecht in het kader van strafuitvoering binnen de EU.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk omdat de tenuitvoerlegging van de straf aan Nederland is overgedragen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751731-16
RK nummer: 16/8583
Datum uitspraak: 19 april 2018
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 15 december 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 17 mei 2016 door
de leidende hoofdofficier van justitie in Kleve(Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Duitsland) op [geboortedag] 1973,
ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres
[adres] , [plaats] ;
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 28 februari 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. W.R. Jonk, advocaat te Almere, en door een tolk in de Duitse taal.
De rechtbank heeft het onderzoek voor onbepaalde tijd geschorst om de uitkomst van de behandeling van het verzoek om strafovername van de Duitse officier van justitie af te wachten.
De rechtbank heeft het onderzoek hervat op de zitting van 19 april 2018 in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.A.E. Weitzel. De opgeëiste persoon en zijn raadsman mr. W.R. Jonk, advocaat te Almere, zijn met bericht niet verschenen.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, van de OLW uitspraak zou moeten doen voor onbepaalde tijd verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat zij er door de aanhouding niet in is geslaagd binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft op de zitting van 28 februari 2018 verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Duitse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een voor tenuitvoerlegging vatbaar vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg Geldern van 24 januari 2008, rechtsgeldig sinds 25 maart 2008, referentie 6 Ds 403 Js 728/03 (1054/03).
De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van dertien maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.

3.De ontvankelijkheid van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zij niet ontvankelijk moet worden verklaard in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB van 17 mei 2016. De tenuitvoerlegging van de straf is aan Nederland overgedragen en staat inmiddels ook al vermeld op het Nederlandse strafblad als een zaak van het parket Oost-Brabant. De opgeëiste persoon moet zich op 20 april 2018 melden bij de penitentiaire inrichting [locatie] . Het EAB moet als ingetrokken worden beschouwd.
De rechtbank volgt de officier van justitie en zal haar in de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

4.Beslissing

VERKLAART HET OPENBAAR MINISTERIE NIET-ONTVANKELIJK
met betrekking tot de vordering op grond van artikel 23 van Pro de OLW inzake het EAB van 17 mei 2016.
HEFT OPhet geschorste bevel tot overleveringsdetentie.
Aldus gedaan door
mr. A.J. Dondorp, voorzitter,
mrs. E.M.M. Glerum en A.K. Glerum, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Smeets, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 19 april 2018.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
[A/B/C]