Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[eiser sub 1] ,
1.De procedure
Na verder debat hebben partijen verzocht vonnis te wijzen.
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een kort geding tussen de nabestaanden van de overleden bekende voetballer en een uitgeverij die een biografie over hem wil uitgeven met een foto van de voetballer op de omslag. De nabestaanden, die exclusieve portretrechten aan een vennootschap hebben verleend, vorderen onder meer een verbod op het gebruik van de foto en een vergoeding.
De rechtbank stelt vast dat het portret een niet in opdracht gemaakt portret is en dat het commerciële belang van de nabestaanden centraal staat. De zaak wordt vergeleken met een eerder arrest van de Hoge Raad waarin werd bepaald dat publicatie zonder toestemming niet per definitie verboden is en dat er geen exclusief exploitatierecht bestaat.
De belangenafweging tussen het recht op privacy en het recht op vrijheid van meningsuiting leidt tot de conclusie dat het gebruik van de foto in beginsel toelaatbaar is, mede gezien de nieuwswaarde van een biografie over een publieke figuur. Wel is een redelijke vergoeding voor het gebruik van de foto gerechtvaardigd.
De aangeboden vergoeding van 10% van de netto omzet wordt voorlopig niet als onredelijk beoordeeld. De primaire vordering tot verbod wordt afgewezen, evenals de subsidiaire vordering tot een hogere vergoeding. De nabestaanden worden veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De gevraagde voorzieningen worden geweigerd, maar een redelijke vergoeding voor het gebruik van de foto is gerechtvaardigd.