Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
[eiseres]
[gedaagde]
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties;
- het instructievonnis van 4 december 2017;
- de dagbepaling van de comparitie.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten
“Afvoer gefreesd 15 meter, hogedruk niet verder dan 2 meter camera inspectie uitgevoerd. Oorzaak verstopping wc blokje, tampons en maandverband in afvoer.”
“Op 09-05-20017 is de insepcteur van de huurcommissie langs geweest in verband met het voorbereidend onderzoek. Hij heeft onder anderen geconstateerd dat de deur een gebrek heeft in categorie C (nummer D). De dranger trekt de deur niet in het slot en deze sluit slechts met veel krachtsinspanning. U en uw timmerman zijn wellicht een andere mening toegedaan maar ik zal de verlaagde huur betalen tot de deur deugdelijk is gerepareerd. Wat de kosten van het ontstoppen van het riool betreft, ik ga niet akkoord met de verrekening servicekosten volgend jaar. Op 29 juni is inderdaad het ontstoppingsbedrijf [naam 2] geweest en deze en vele omstanders hebben kunnen zien dat de gietijzeren rioolbuis en de pvc-buis die verbonden zijn door middel van cement verzakt waren waardoor er cement in de buizen terecht is gekomen en dat heeft uiteindelijk de verstopping veroorzaakt.”
“Bij de visuele inspectie van de deur is er geconstateerd dat deze klemt in de sponning, dit is te wijten aan de oude scharnieren welke door het gewicht van de deur uit gebogen zijn. Daardoor valt de deur niet in het slot ondanks de montage van de deurdranger. Er is dus enige kracht vereist om de deur dicht te krijgen. Doen de bewoners of de bezoekers van dit pand dit niet, dan is het vrij eenvoudig om als voorbijganger het pand te betreden. Daarbij zit er een hoofdslot op de algemene toegangsdeur waarvan de staart cilinder los zit, ook dit is voor een eventuele inbreker een makkelijk te manipuleerbare situatie.”
Vordering en verweer
Beoordeling
energiekostenheeft [eiseres] ter zitting een berekening van de energiekosten overgelegd. Uit deze berekening en de onderliggende stukken wordt afgeleid dat in 2015 tot en met november 2015 termijnbedragen zijn betaald en dat op 22 oktober 2015 een eindafrekening heeft plaats gehad, waarbij de tot en met november 2015 betaalde termijnbedragen in mindering zijn gebracht. De kantonrechter leidt hieruit af dat het overzicht van [eiseres] betrekking heeft op de periode tot en met 22 oktober 2015. [gedaagde] heeft ter zitting medegedeeld zich te kunnen vinden in het in de berekening vermelde bedrag van € 312,57. [eiseres] heeft bij dagvaarding echter € 347,21 aan energiekosten gevorderd. Ter zitting heeft zij toegelicht dat zij het tot en met 22 oktober 2015 verschuldigde bedrag heeft doorberekend naar de datum van 30 november 2015. [eiseres] heeft echter geen stuk overgelegd waaruit blijkt dat over november 2015 kosten in rekening zijn gebracht en zo ja, hoeveel, zodat voor het in rekening brengen van een hoger bedrag dan € 312,57 geen grond bestaat.
kosten van Waternet voor het ontstoppen van de wcwordt overwogen dat uit de factuur van Waternet blijkt dat de werkzaamheden hebben plaatsgevonden op 6 januari 2015. Op deze factuur staat niet hoe de toilet voor aanvang van de werkzaamheden is aangetroffen. Dit staat wel op een factuur van RRS Nederland, eveneens van 6 januari 2015, waarop [eiseres] zich thans niet meer beroept. In die factuur staat dat de toilet op 6 januari 2015 vol lag met tampons en maandverband. Eenzelfde constatering staat ook in het rapport van [naam 1] . Zo al aangenomen moet worden dat de verstopping is ontstaan door het gebruik van tampons en maandverband, wordt [eiseres] niet gevolgd in haar stelling dat de verstopping door toedoen van [gedaagde] moet zijn ontstaan omdat de begane grondetage al 13 jaar leeg staat en [gedaagde] daarboven woont. Gelet alleen al op de omstandigheid dat boven de begane grondetage drie woningen op de riool van de begane grond uitkomen, is de enkele stelling van [eiseres] dat de verstopping door [gedaagde] moet zijn veroorzaakt omdat zij daarboven woont onvoldoende. De stelling van [eiseres] dat geen sprake is van een gebrek maar van een feitelijke stoornis als bedoeld in artikel 7:204 lid 3 BW Pro slaagt reeds niet nu [eiseres] ook eigenaar is van de begane grondetage en het in haar macht ligt om de toilet te ontstoppen. Gelet op het vorenstaande wordt geoordeeld dat de kosten voor de ontstopping van de toilet door Waternet op 6 januari 2015 voor rekening van [eiseres] dienen te blijven.