Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Beslissing
spreekt verdachte daarvan vrij.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde op 9 april 2018 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplichtigheid aan meerdere diefstallen in opslagruimtes in Amsterdam en Ede, alsmede het voorhanden hebben van ongeveer 2 kilogram MDMA. Verdachte had kortdurend opslagboxen gehuurd en zou toegangscodes hebben verstrekt aan medeverdachten die vervolgens diefstallen pleegden.
De officier van justitie stelde dat verdachte medeplichtig was omdat hij de toegangscodes bezat en deze aan medeverdachten zou hebben gegeven. De verdediging betoogde dat er geen bewijs was voor enig contact tussen verdachte en medeverdachten en dat verdachte niet medeplichtig kon zijn.
De rechtbank oordeelde dat het niet was komen vast te staan dat verdachte de toegangscode aan medeverdachten had verstrekt. Er was geen bewijs van contact en de codes waren eenvoudig te achterhalen. Ook was niet bewezen dat verdachte opzettelijk behulpzaam was geweest bij de diefstallen. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van medeplichtigheid en het voorhanden hebben van MDMA wegens gebrek aan bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van medeplichtigheid aan diefstallen en het voorhanden hebben van MDMA wegens gebrek aan bewijs.