De rechtbank Amsterdam heeft op 4 april 2018 uitspraak gedaan in de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het in bezit hebben en vervoeren van ruim 28 kilogram cocaïne. Verdachte verklaarde niet op de hoogte te zijn geweest van de inhoud van de koffer die hij vervoerde, maar de rechtbank oordeelde dat hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat het om drugs ging.
Tijdens de terechtzitting op 21 maart 2018 werd vastgesteld dat verdachte een koffer met ongeveer 28 pakketten cocaïne van circa 1 kilo per stuk had vervoerd en aanwezig had. Verdachte had de koffer opgehaald in een appartement in Amsterdam, kreeg instructies deze niet te openen en werd bedreigd met gevolgen voor zijn familie bij verlies. Ook werd hem een auto met een verborgen compartiment en een telefoon ter beschikking gesteld.
De rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen dat verdachte samen met anderen de cocaïne vervoerde en aanwezig had. Verdachte werd vrijgesproken van het in- en/of uitvoeren en het verkopen van de drugs wegens gebrek aan bewijs. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 38 maanden op, rekening houdend met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het gebeurde en de persoon van verdachte. Daarnaast werden enkele voorwerpen verbeurd verklaard die gebruikt waren bij het plegen van het feit.
De rechtbank erkende de mogelijke gevolgen van de veroordeling voor de verblijfsstatus van verdachte en zijn gezin, maar gaf hieraan geen doorslaggevende betekenis omdat verdachte het risico zelf had genomen. Verdachte had geen eerdere veroordelingen in Nederland of het buitenland. De opgelegde straf is in lijn met de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting.