ECLI:NL:RBAMS:2018:2431
Rechtbank Amsterdam
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens ontbreken schriftelijke onderhuurovereenkomst voor huurtoeslag 2015
Eiseres had bezwaar gemaakt tegen het terugvorderen van een te veel betaalde huurtoeslag over 2015. De Belastingdienst had het recht op huurtoeslag definitief vastgesteld en het teveel betaalde voorschot teruggevorderd. Eiseres stelde dat zij een kamer aan medebewoners had onderverhuurd op basis van een schriftelijke overeenkomst.
De rechtbank oordeelde dat de overgelegde verklaringen niet voldeden aan de vereisten van een schriftelijke huurovereenkomst, omdat deze niet vooraf waren opgesteld, niet door beide partijen waren ondertekend en geen tegenprestatie voor het gebruik van de kamer bevatten. Hierdoor kon eiseres niet aannemelijk maken dat sprake was van onderhuur.
De rechtbank bevestigde dat de Belastingdienst de medebewoners terecht had betrokken bij de beoordeling van het recht op huurtoeslag. Tevens wees de rechtbank op het wettelijke karakter van de terugvordering en de mogelijkheid voor eiseres om een persoonlijke betalingsregeling te verzoeken. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van huurtoeslag 2015 wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van een schriftelijke onderhuurovereenkomst.