Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De beoordeling
.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde het verzoek tot echtscheiding van partijen die gehuwd waren in het buitenland en de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit bezitten. De vrouw verzocht de echtscheiding uit te spreken wegens duurzame ontwrichting, hetgeen door de man niet werd betwist. De rechtbank stelde vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat Nederlands recht van toepassing is op het verzoek tot echtscheiding.
De rechtbank bepaalde dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarige kinderen bij de vrouw zal zijn, en stelde een zorgregeling vast waarbij de kinderen elk weekend bij de man verblijven. Tevens werd een kinderbijdrage van €49 per kind per maand toegewezen, ondanks het verweer van de man dat hij geen draagkracht zou hebben vanwege huwelijkse schulden, omdat hij deze niet had onderbouwd.
De man verzocht tevens het voortgezet gebruik van de woning voor zes maanden, wat door de vrouw niet werd bestreden, zodat dit verzoek werd toegewezen. Verzoeken van de man tot verdeling van de gemeenschap van goederen en beperking van de draagplicht van schulden werden afgewezen, omdat onvoldoende gegevens beschikbaar waren om het toepasselijke recht op het huwelijksvermogensregime vast te stellen en schulden onvoldoende waren onderbouwd.
De rechtbank verklaarde de beslissingen met betrekking tot hoofdverblijfplaats, zorgregeling, kinderbijdrage en woning uitvoerbaar bij voorraad. Tegen de beschikking kan hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de uitspraak.
Uitkomst: Echtscheiding uitgesproken, hoofdverblijfplaats en zorgregeling vastgesteld, kinderbijdrage toegewezen, verzoek tot verdeling gemeenschap afgewezen.