Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 april 2018 in de zaak tussen
[naam eiser] , te Chaouen (Marokko), eiser
de raad van bestuur van de sociale verzekeringsbank, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
.Ook staat op de loonstrook dat er onder meer loonbelasting en AOW-premie is ingehouden. Het op de loonstrook vermelde bankrekeningnummer komt overeen met het rekeningnummer zoals dat ook op eisers salarisspecificaties van ASB staat vermeld.
De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat deze loonstroken betrekking hebben op eiser. Verder is er voor de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de authenticiteit van deze stukken. De omstandigheid dat de naam van de werkgever niet op de loonstroken staat, vindt de rechtbank niet doorslaggevend. Met eiser is de rechtbank daarom van oordeel dat op grond van de gedingstukken B1.54 tot en met B1.56 van drie extra verzekerde maanden dient te worden uitgegaan, te weten één maand in maart 1979, één maand in mei 1979 en één maand in september 1978. Ook deze beroepsgrond slaagt.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.002,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 501,- en een wegingsfactor 1).
Beslissing
verklaart het beroep gegrond;
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 17 april 2018.