Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Procedure
2.Feiten
3.Vordering en verweer
4.Beoordeling
€ 500,00 ( 2 punten × tarief € 250,00) +
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een koopovereenkomst tussen een man en een vrouw voor de verkoop van een woning, waarbij de vrouw op het laatste moment afzag van de koop. De koopprijs was 220.000 euro met een financieringsvoorbehoud en een boetebeding van 10% bij niet-nakoming. De vrouw heeft niet voldaan aan haar verplichtingen en de koopovereenkomst is ontbonden door de man en zijn mede-eigenaar.
De man vordert betaling van de contractuele boete van 22.000 euro, vermeerderd met wettelijke rente. De vrouw erkent de aanspraak op de boete, maar verzoekt om matiging wegens buitensporigheid. De kantonrechter weegt de beperkte schade van de man af tegen de financiële situatie van de vrouw en het feit dat zij de financiering niet rond kreeg.
De kantonrechter oordeelt dat volledige toewijzing van de boete een onevenredig en onaanvaardbaar resultaat zou opleveren voor de vrouw en matigt de boete tot 7.500 euro. Tevens wordt de vrouw veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het eerdere verstekvonnis wordt vernietigd.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld tot betaling van 7.500 euro boete met rente en proceskosten wegens het niet nakomen van de koopovereenkomst.