Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
- de dagvaarding van 8 maart 2016 met producties;
- de conclusie van antwoord van 13 mei 2016 met producties;
- het instructievonnis van 27 mei 2016 waarin een comparitie van partijen zal worden bepaald;
- de bepaling van de comparitie op 20 oktober 2016;
- de faxberichten van beide partijen van 13 mei 2016 waarin zij mededelen dat de comparitie geen doorgang behoeft te vinden en zij verzoeken om royement van de procedure;
- de brief van de griffier van 14 oktober 2016 waarin aan partijen is medegedeeld dat de procedure per gelijke datum is geroyeerd;
- de brief van de gemachtigde van Mignon van 30 augustus 2017 waarin zij heeft verzocht om de zaak weer op de rol te plaatsen en een datum voor de comparitie te bepalen;
- de faxberichten van de gemachtigde van Leidsestraat van 31 augustus en 12 september 2017 waarin zij bezwaar maakt tegen het opnieuw op de rol plaatsen van de zaak en een dagbepaling;
- het faxbericht van de gemachtigde van Mignon van 5 september 2017 waarin zij haar verzoek handhaaft;
- de dagbepaling van de comparitie;
- de op 21 december 2017 gehouden comparitie van partijen, waarbij partijen hun standpunt hebben toegelicht aan de hand van overgelegde aantekeningen en de daarvan verder bijgehouden aantekeningen van de griffier;
- de dagbepaling van het vonnis op vandaag.
In het incident
meendenovereenstemming te hebben bereikt. Zij hebben vervolgens langdurig onderhandeld, maar zonder resultaat. Ter onderbouwing heeft Mignon verwezen naar e-mail correspondentie van 24 en 25 augustus 2017. Hieruit volgt volgens Mignon dat partijen geen regeling hebben weten te treffen over hetgeen hen in de onderhavige zaak verdeeld houdt, namelijk de vraag of de huur is geëindigd en er deswege alleen sprake kan zijn van voortzetting van het gebruik indien een nieuwe huurovereenkomst tot stand komt.