ECLI:NL:RBAMS:2018:1568
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid bestuursrechter bij beroep tegen niet tijdig beslissen op ingebrekestelling kwijtschelding
Eiseres heeft een administratief beroepschrift ingediend tegen het niet tijdig beslissen door de heffingsambtenaar op haar ingebrekestelling met betrekking tot de afwijzing van een verzoek om kwijtschelding van een gecombineerde aanslag. De rechtbank heeft onderzocht of zij bevoegd is om van dit beroep kennis te nemen.
De rechtbank stelt vast dat het primaire besluit en de daarop volgende besluiten zijn genomen op grond van artikel 26, eerste lid, van de Invorderingswet 1990. Volgens de Bevoegdheidsregeling bestuursrechtspraak kan tegen besluiten op basis van deze wet geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld, ook niet tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
Daarom verklaart de rechtbank zich onbevoegd om van het beroep kennis te nemen. Tevens oordeelt de rechtbank dat eiseres geen recht heeft op vergoeding van proceskosten omdat niet is vastgesteld dat de heffingsambtenaar aan haar beroep is tegemoetgekomen en dat zij voorafgaand aan het instellen van beroep de heffingsambtenaar in gebreke heeft gesteld. Het betaalde griffierecht wordt terugbetaald.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het beroep en wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding af.