Eiser huurde sinds 1 april 2016 een casco winkelruimte in Amsterdam voor een jaarlijkse huur van €18.600. De huurder verving de tegelvloer door een zandcementen dekvloer. Op 14 december 2017 zakte de vloer aan de voorzijde circa 30 cm in, waarna de huurder dit meldde en de ruimte ontruimde voor herstelonderzoek.
De huurder stelde de huur vanaf januari 2018 op en vorderde in kort geding dat de verhuurder de vloer zou herstellen en een voorschot op omzetderving zou betalen. De verhuurder stelde dat de huurder aansprakelijk was wegens het aanbrengen van een te zware dekvloer en teveel personen in de ruimte.
De kantonrechter oordeelde dat de huurder gerechtigd was de tegelvloer te vervangen en dat de vloerbelasting niet was overschreden, ook niet bij aanwezigheid van circa 20-30 personen. De verhuurder was daarom verplicht de vloer te herstellen. De huurder had onvoldoende bewijs geleverd voor de omvang van de schade, maar een voorschot op omzetderving van €3.000 werd toegekend.
De verhuurder werd veroordeeld binnen twee dagen met herstel te beginnen en de werkzaamheden zonder vertraging af te ronden, onder verbeurte van een dwangsom. Tevens werd de verhuurder veroordeeld tot betaling van het voorschot en de proceskosten. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen.