Eiseres is eigenaar van een bedrijfspand in Amsterdam waarvan de WOZ-waarde voor 2015 door de heffingsambtenaar is vastgesteld op € 735.500,-. Eiseres maakte bezwaar tegen deze waarde, stellende dat een prijspeilcorrectie naar beneden toegepast moest worden en dat de erfpachtcorrectie te hoog was. De heffingsambtenaar baseerde de erfpachtcorrectie op de leveringsakte, maar voerde aan dat een eigen berekening tot een hogere correctie zou leiden.
Tijdens de zitting op 9 februari 2018 werd vastgesteld dat de erfpachtcorrectie in de leveringsakte was berekend volgens de methode voor overdrachtsbelasting, die niet verplicht is voor WOZ-berekeningen. De rechtbank vond dat de heffingsambtenaar aannemelijk had gemaakt dat een meer reële berekening een hogere erfpachtcorrectie oplevert dan in de leveringsakte vermeld.
Hoewel eiseres een prijspeilcorrectie naar beneden bepleitte, onderbouwde zij dit niet concreet. De rechtbank oordeelde dat zelfs als deze correctie zou gelden, deze gecompenseerd wordt door de hogere erfpachtcorrectie. Daarom is de WOZ-waarde niet te hoog vastgesteld.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 20 maart 2018.