ECLI:NL:RBAMS:2017:9581

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
20 december 2017
Publicatiedatum
20 december 2017
Zaaknummer
13/997085-16
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3a Opiumwet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken wetenschap van drugsbezit in woning

Op 7 juni 2016 werd in de woning van verdachte ongeveer 11,5 kilogram hennep en 310 gram hasjiesj aangetroffen. Verdachte stond samen met zijn moeder en zus op dat adres ingeschreven. Het Openbaar Ministerie beschuldigde verdachte van het opzettelijk aanwezig hebben van deze softdrugs, al dan niet medeplichtig.

De rechtbank heeft het bewijs onderzocht en geoordeeld dat niet is komen vast te staan dat verdachte wetenschap had van de drugs in zijn woning. Hoewel er handschoenen met het DNA van verdachte en sporen van andere drugs werden gevonden, was er geen verband met de hennep en hasjiesj. Ook het feit dat verdachte op 19 mei 2016 dozen vervoerde vanuit de woning naar een auto, waarvan vermoed werd dat deze softdrugs bevatten, was onvoldoende bewezen.

Verder bleek uit een telefoongesprek dat verdachte bewust werd buitengesloten van informatie over de drugs. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat verdachte opzettelijk de drugs aanwezig had of medeplichtig was. De rechtbank sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wetenschap van het drugsbezit.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

VONNIS
Parketnummer: 13/997085-16 (Promis)
Datum uitspraak: 20 december 2017
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1988,
ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres
[adres 1] te [woonplaats] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Dit vonnis is bij verstek gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen op 20, 21 en 23 november en 7 december 2017.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.G. Louman.

2.Tenlastelegging

Aan verdachte is – kort gezegd – ten laste gelegd dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan
het aanwezig hebben van 11,5 kilogram hennep en 310 gram hasjiesj op 7 juni 2016 te Amsterdam, subsidiair de medeplichtigheid daaraan.
De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in een bijlage die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd.

3.Waardering van het bewijs

3.1
Het standpunt van het Openbaar Ministerie
De officier van justitie acht het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. Hij heeft hiertoe, aan de hand van zijn op schrift gestelde requisitoir, de relevante bewijsmiddelen opgesomd.
3.2
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht het ten laste gelegde niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
In de woning van verdachte, waar hij destijds samen met zijn moeder en zijn zus stond ingeschreven, is op 7 juni 2016 11,5 kilogram hennep en 310 gram hasjiesj aangetroffen. Dat verdachte deze softdrugs daar opzettelijk aanwezig heeft gehad kan naar het oordeel van de rechtbank echter niet worden vastgesteld. Evenmin kan worden vastgesteld dat hij hieraan medeplichtig is geweest.
De omstandigheid dat in de woning handschoenen zijn aangetroffen met daarop zowel DNA van verdachte als sporen van cocaïne en heroïne maakt dit niet anders. Niet alleen gaat het hier om andere drugs dan de hennep en hasjiesj die ten laste zijn gelegd, maar verder is ook niet gebleken dat er een verband bestaat tussen de aanwezigheid van het DNA van verdachte en de drugs op de handschoenen. Dat het DNA van verdachte wordt aangetroffen op een handschoen die zich in zijn woning bevindt roept op zichzelf geen vragen op.
Ook uit de omstandigheid dat verdachte samen met anderen op 19 mei 2016 enkele dozen heeft vervoerd vanuit de woning naar een auto kan nog geen betrokkenheid van verdachte bij het bezit van de hennep en hasjiesj worden afgeleid. Het Openbaar Ministerie vermoedt weliswaar dat in deze dozen softdrugs heeft gezeten, maar dit is niet komen vast te staan, of anderszins aannemelijk gemaakt.
Daarbij komt dat meerdere personen, die wél concreter in verband met (soft)drugs kunnen worden gebracht, toegang tot de woning hadden en dat uit een telefoongesprek tussen de zus van verdachte, [naam zus] , en haar vriend [naam vriend] blijkt dat juist verdachte niets mocht weten omdat ze bang waren dat hij iets zou doorvertellen. Nu uit de bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat verdachte wist van de aangetroffen drugs, kan zijn opzet op het aanwezig hebben niet bewezen worden en is ook voor de voor medeplichtigheid vereiste dubbele opzet onvoldoende bewijs aanwezig.
De rechtbank acht het ten laste gelegde dan ook niet wettig en overtuigend bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.Beslissing

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart het ten laste gelegde
niet bewezenen spreekt verdachte daarvan
vrij.
Dit vonnis is gewezen door
mr. B. Vogel, voorzitter,
mrs. S.P. Pompe en A.K. Glerum, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. J.B.P. Terwindt, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 december 2017.
Bijlage
Tenlastelegging [verdachte]
Aan verdachte is ten laste gelegd dat
ZD24
hij op of omstreeks 7 juni 2016 te Amsterdam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen in een woning (op het adres [adres 2] te Amsterdam) opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van ongeveer 11,5 kilogram hennep en/of 310 gram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep en/of hasjiesj, zijnde hennep en/of hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Subsidiair:
[naam] op 7 juni 2016 te Amsterdam, althans in Nederland opzettelijk aanwezig heeft gehad in een woning (op de [adres 2] te Amsterdam) een hoeveelheid van ongeveer 11,5 kilogram hennep en/of 310 gram hasjiesj, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep en/of hasjiesj, zijnde hennep en/of hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, bij en/of tot het plegen van welk misdrijf verdachte in de periode van 11 februari tot en met 7 juni 2016, te Amsterdam, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid heeft verschaft door eerdergenoemde woning ter beschikking te stellen;