Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Waardering van het bewijs
4.Toepasselijke wettelijke voorschriften
5.Beslissing
niet bewezenen spreekt verdachte daarvan
vrij.
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van opzetheling van meerdere auto's en auto-onderdelen, alsmede het voorhanden hebben van valse kentekenplaten in een garagebox die op zijn naam stond. De tenlastelegging betrof feiten gepleegd tussen 13 en 26 april 2016 te Lijnden.
De officier van justitie achtte de feiten wettig en overtuigend bewezen, terwijl de verdediging stelde dat verdachte geen wetenschap had van de aanwezigheid van de gestolen goederen in de garagebox. De verdediging voerde aan dat verdachte weinig gebruik maakte van de garagebox en dat zijn broer de sleutel had. Ook was niet duidelijk dat verdachte wist dat de goederen gestolen waren.
De rechtbank oordeelde dat niet kon worden vastgesteld dat verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de gestolen goederen en valse kentekenplaten. De enkele omstandigheid dat een motorblok uit de garagebox in de auto van zijn zus was ingebouwd, was onvoldoende bewijs. Omdat niet kon worden bewezen dat verdachte wist van de criminele herkomst, sprak de rechtbank verdachte vrij. Daarnaast werd een deel van de inbeslaggenomen goederen onttrokken aan het verkeer en een ander deel teruggegeven aan verdachte of in bewaring gesteld voor de rechthebbende.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van wetenschap over gestolen goederen en valse kentekenplaten.