Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.[eiseres sub 1] ,
[eiser sub 2],
[eiser sub 3],
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
816,00
Rechtbank Amsterdam
In een kort geding vorderden eisers de opheffing van een conservatoir beslag op goederen die deel uitmaken van een nalatenschap. De beslaglegger stelde dat de goederen aan hem verbeurd waren omdat de andere erfgenamen deze willens en wetens hadden verzwegen, verborgen gehouden of zoekgemaakt.
De rechtbank stelde vast dat het veilinghuis de goederen nauwkeurig had beschreven en dat deze overeenkwamen met de nummers uit de boedelbeschrijving. Verschillen tussen de boedelbeschrijving en de veilingcatalogus werden verklaard door een niet nauwkeurige meting en een eigen lijst voor intern gebruik. Er was geen bewijs van dubbel uitgegeven nummers of kwade trouw.
Ook de taxatie van de inboedel door een notariskantoor, hoewel laag en weinig gespecificeerd, rechtvaardigde geen andere conclusie. De rechtbank oordeelde dat het recht ter verzekering waarvan het beslag was gelegd ondeugdelijk was en hief het beslag op. De beslaglegger werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het conservatoir beslag op goederen uit de nalatenschap wordt opgeheven wegens ontbreken van kwade trouw.