ECLI:NL:RBAMS:2017:9021

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 december 2017
Publicatiedatum
7 december 2017
Zaaknummer
13/751864-17
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 SrArt. 2 OLWArt. 5 OLWArt. 7 OLW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel Polen

De rechtbank Amsterdam behandelde op 23 november 2017 de vordering tot overlevering van een Poolse verdachte, ingediend door de officier van justitie, op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de autoriteiten in Zielona Góra, Polen. De verdachte werd verdacht van een strafbaar feit dat in Polen werd onderzocht, te weten opzettelijke vernieling en beschadiging van goederen die aan een ander toebehoren.

De rechtbank stelde de identiteit van de verdachte vast en onderzocht de inhoud en grondslag van het EAB. De verdediging verzocht om aanhouding van de procedure voor het stellen van aanvullende vragen aan de Poolse autoriteiten, omdat de zaak eerder was geseponeerd wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank verwierp dit verzoek en ging ervan uit dat de Poolse autoriteiten recentelijk de overlevering hadden beoordeeld en dat het EAB aan de vereisten voldeed.

De rechtbank beoordeelde dat het strafbare feit voldoet aan het vereiste van dubbele strafbaarheid onder Nederlands recht en dat geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan. Op grond hiervan werd de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.

Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Polen toe voor het strafrechtelijk onderzoek.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM,
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Parketnummer: 13/751864-17
RK-nummer: 17/6413
Datum uitspraak: 7 december 2017
UITSPRAAK
op de vordering ex artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 26 september 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).
Dit EAB is uitgevaardigd op 29 juni 2017 (ontvangen op 19 september 2017) door het
Circuit Courtin Zielona Góra (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] 1984,
zonder vaste- woon- of verblijfsplaats in Nederland,
thans uit anderen hoofde gedetineerd in de [detentie adres] ,
hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 23 november 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink.
De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. T. Sen, advocaat te Rotterdam en door een tolk in de Poolse taal.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen voor 30 dagen verlengd. De reden hiervan is gelegen in het feit dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel van 14 februari 2013 uitgevaardigd door het
District Courtvan Świebodzin (II K 489/12).
De overlevering wordt verzocht voor een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek wegens het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar het recht van Polen strafbaar feit.
Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.
3.1.
Genoegzaamheid
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de behandeling moet worden aangehouden om aanvullende vragen aan de Poolse autoriteiten te stellen. De opgeëiste persoon is ervan overtuigd dat de zaak in Polen vanwege onvoldoende bewijs is geseponeerd. Het is nu niet duidelijk waarom er alsnog tot vervolging wordt overgegaan en evenmin waarom de Poolse autoriteit meent dat er nu wel bewijs is.
De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat het verzoek om aanhouding voor het stellen van aanvullende vragen, afgewezen dient te worden. Het toesturen van het EAB van
29 juni 2017 heeft een actieve handeling van de Poolse autoriteit gevergd. Er dient op te worden vertrouwd dat deze autoriteit recent heeft beoordeeld of de overlevering gewenst en naar Pools recht mogelijk is. De enkele niet onderbouwde stelling dat de zaak in 2012 in Polen vanwege onvoldoende bewijs is geseponeerd, is onvoldoende om niet van de juistheid van de gegevens in het EAB en de mogelijkheid van vervolging uit te gaan. Het vermelden van bewijsmiddelen is in de overleveringsprocedure geen vereiste.
De rechtbank verwerpt het verweer.

4.Strafbaarheid, feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
Het feit levert naar Nederlands recht op:
Opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen/beschadigen.

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 van Pro de OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

6.Toepasselijke wetsartikelen

De artikelen 350 van het Wetboek van strafrecht en 2, 5, en 7 van de OLW.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het
Circuit Courtin Zielona Góra voor het in Polen tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar het feit waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.
Aldus gedaan door
mr. A.J. Dondorp, voorzitter,
mrs. J. Edgar en J.M. Jongkind, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Smeets, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 7 december 2017.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.
[A/B/C]