ECLI:NL:RBAMS:2017:8806
Rechtbank Amsterdam
- Rekestprocedure
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verklaring van einde strafzaak wegens oplichting
Verdachte is op 17 maart 2017 aangehouden op verdenking van oplichting wegens vals collecteren, maar is op 18 maart 2017 in vrijheid gesteld. Verdachte verklaarde te denken dat hij voor het goede doel collecteerde en was zich niet bewust van oplichting. Er is onvoldoende bewijs voor opzet en het Openbaar Ministerie heeft nog geen dagvaarding uitgebracht.
Verdachte ervaart hinder door het openstaande strafrechtelijk onderzoek, waaronder staande houdingen door politie. De raadsvrouw van verdachte verzocht de rechtbank om de zaak te beëindigen of subsidiair de beslissing aan te houden in afwachting van het onderzoek.
De rechtbank oordeelt dat het onderzoek nog niet is afgerond, er nog verdachten gehoord moeten worden en dat het tijdsverloop van minder dan een half jaar geen onredelijk oponthoud vormt. Het belang van verdachte weegt niet op tegen het onderzoeksbelang van het Openbaar Ministerie.
Daarom wijst de rechtbank het verzoek af en ziet geen aanleiding tot aanhouding van de beslissing. Tegen deze beschikking staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot verklaring van einde strafzaak wordt afgewezen omdat het onderzoek nog niet is afgerond.