ECLI:NL:RBAMS:2017:8219
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boeteoplegging wegens illegale tewerkstelling in horecagelegenheid bevestigd
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid legde een horecagelegenheid een boete van €6.000,- op omdat een vreemdeling zonder verblijfs- en tewerkstellingsvergunning schoonmaakwerkzaamheden verrichtte. De horecagelegenheid betwistte de boete en het niet tijdig beslissen op bezwaar. De rechtbank oordeelde dat het niet tijdig beslissen geen reden is om de boete te vernietigen, aangezien hiervoor een aparte procedure openstaat die niet is gevolgd.
De horecagelegenheid voerde aan dat haar geen verwijt valt te maken omdat zij conform advies van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) handelde en maatregelen nam om overtredingen te voorkomen, zoals het controleren van premies en het gebruik van een vingerafdruksysteem. De rechtbank stelde vast dat de controle onvoldoende zorgvuldig was, omdat de verschillen tussen de vreemdeling en de persoon op de pasfoto niet waren opgemerkt.
De rechtbank concludeerde dat de boete terecht is opgelegd en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen vier weken hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de boete van €6.000,- wegens illegale tewerkstelling.