ECLI:NL:RBAMS:2017:7916
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot vaststelling partneralimentatie wegens onvoldoende onderbouwing
Partijen zijn gehuwd geweest en inmiddels gescheiden zonder kinderen. De vrouw verzocht de rechtbank om vaststelling van een bijdrage in haar levensonderhoud (partneralimentatie) van €979 per maand vanaf de datum van het verzoek. Zij stelde dat haar inkomen onvoldoende was om het netto besteedbaar inkomen tijdens het huwelijk te bereiken en dat de man voldoende draagkracht had.
De man voerde verweer dat de vrouw niet behoeftig was omdat zij zelfstandig in haar onderhoud kon voorzien via haar eigen autorijschool en ander werk. Tevens stelde hij dat hij zelf een beperkte draagkracht had vanwege schulden en geringe inkomsten uit zijn onderneming. Hij betwistte de behoefte van de vrouw en stelde dat zij ook zwart verdiende.
De rechtbank oordeelde dat de vrouw wel ontvankelijk was in haar verzoek, maar dat zij haar behoefte en behoeftigheid onvoldoende had onderbouwd. Het enkele overleggen van jaarcijfers zonder toelichting, en het niet tijdig indienen van een behoefte- en draagkrachtberekening met stukken, leidde tot afwijzing van het verzoek. De proceskosten werden gecompenseerd gezien de aard van de procedure.
De beschikking werd gegeven door rechter F.G. van Arem en uitgesproken op 8 november 2017. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het Gerechtshof Amsterdam binnen drie maanden na uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van partneralimentatie wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van behoefte en behoeftigheid.