Uitspraak
1.De procedure
- het verzoekschrift ingekomen ter griffie op 22 maart 2017;
- het verweerschrift;
- de brief d.d. 9 augustus 2017 van de zijde van de man met bijlagen.
Rechtbank Amsterdam
Partijen zijn gehuwd geweest en hun huwelijk is ontbonden. Uit het huwelijk is een jong-meerderjarig kind geboren. De man verzocht de rechtbank om partneralimentatie van de vrouw, met ingang van december 2016, nadat het kind 18 jaar werd en het kindgebonden budget stopte.
De rechtbank oordeelde dat de man ontvankelijk was in zijn verzoek omdat sprake was van een wijziging van omstandigheden. De man stelde een behoefte aan partneralimentatie van € 350 per maand, maar kon zelf € 2.114,68 aan inkomen genereren en had een totale behoefte van € 2.258,60 per maand.
De rechtbank stelde vast dat kosten voor meerderjarige kinderen, zoals opgenomen in het ouderschapsplan, niet tot de behoeftelijst van de man behoren en daarom buiten beschouwing moesten blijven. Na correctie bedroeg de behoefte van de man € 1.958,60 per maand, terwijl zijn inkomen hoger was.
Daarom concludeerde de rechtbank dat de man in staat is zelf in zijn levensonderhoud te voorzien en wees het verzoek tot partneralimentatie af.
Uitkomst: Het verzoek van de man tot partneralimentatie wordt afgewezen omdat hij in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien.