Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
Afgelopen week spraken wij elkaar telefonisch over de hoogte van de aandelenprijs van Catch Holding B.V, hoogte goodwill, overdracht pand naar Maatschap JDG.
Rechtbank Amsterdam
In deze zaak vordert Le Grand Enterprise B.V. (LGE) betaling van een restantdividend van €60.000,- van Catch Holding B.V., naar aanleiding van een besluit tot dividenduitkering in december 2016. De samenwerking tussen de aandeelhouders, [naam 1] en [naam 2], werd toen beëindigd en diverse onderling verbonden overeenkomsten werden gesloten.
Catch Holding voert verweer dat het dividendbesluit niet los kan worden gezien van de beëindiging van de samenwerking en de daarmee samenhangende overeenkomsten. De verwevenheid van de rechtspersonen en de lopende geschillen over terugbetaling van leningen en koopprijs van aandelen maken het onredelijk om de dividendvordering geïsoleerd toe te wijzen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang onvoldoende is aangetoond, mede omdat de ontvlechting van de samenwerking stagneert door onderlinge geschillen en beslagleggingen. Het is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar om de vordering los te zien van de overige geschillen. De gevorderde voorziening wordt daarom geweigerd en LGE wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van het resterende dividend wordt geweigerd wegens onvoldoende spoedeisend belang en verwevenheid met andere geschillen.