ECLI:NL:RBAMS:2017:7673

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
19 oktober 2017
Publicatiedatum
19 oktober 2017
Zaaknummer
13/751686-17
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 OverleveringswetArt. 2 OverleveringswetArt. 5 OverleveringswetArt. 7 OverleveringswetArt. 300 Wetboek van Strafrecht
Verwijzingen
9 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel wegens medeplegen mishandeling

De rechtbank Amsterdam behandelde op 19 oktober 2017 een vordering tot overlevering van een opgeëiste persoon aan Duitsland op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB was uitgevaardigd door het Openbaar Ministerie van Duisburg en betreft de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van twee jaar en zes maanden wegens medeplegen van mishandeling, gepleegd tegen het kind van de opgeëiste persoon.

De identiteit van de opgeëiste persoon werd vastgesteld en bevestigd tijdens de zitting. De rechtbank heeft onderzocht of het EAB voldoet aan de voorwaarden van de Overleveringswet, waaronder de toetsing van dubbele strafbaarheid. De feiten zijn in Nederland strafbaar als medeplegen van mishandeling, en aan de voorwaarden voor overlevering is voldaan.

Er zijn geen weigeringsgronden gevonden die de overlevering in de weg staan. De rechtbank heeft daarom de overlevering toegestaan. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De uitspraak werd gedaan door de voorzitter en twee rechters in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: De rechtbank Amsterdam staat de overlevering van de opgeëiste persoon aan Duitsland toe voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf wegens medeplegen van mishandeling.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER

Parketnummer: 13/751686-17
RK nummer: 17/5210
Datum uitspraak: 19 oktober 2017
UITSPRAAK
op de vordering op grond van artikel 23 van Pro de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 14 augustus 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 5 december 2016 (ontvangen op 7 augustus 2017) door het Openbaar Ministerie van Duisburg (Duitsland) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
[opgeëiste persoon] ,
geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats] (Duitsland),
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,
thans uit andere hoofde gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie] ,
hierna te noemen de opgeëiste persoon.

1.Procesgang

De vordering is behandeld op de openbare zitting van 5 oktober 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel.
De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door haar raadsman, mr. M.A.W. Nillesen, advocaat te ‘s Hertogenbosch.
De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd. De reden hiervan is dat de rechtbank er niet in slaagt binnen de in de wet bepaalde termijn uitspraak te doen.

2.Identiteit van de opgeëiste persoon

De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat zij de Duitse nationaliteit heeft.

3.Grondslag en inhoud van het EAB

Het EAB vermeldt een arrestatiebevel van 1 december 2016 van het Openbaar Ministerie van Duisburg en een vonnis van 24 april 2012 van het Landgericht in Duisburg (dossiernummer 32 KLs 31/11).
De overlevering wordt verzocht voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van twee jaar en zes maanden. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.
Dit vonnis betreft de feiten zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.

4.Strafbaarheid, feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist

De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan, als voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW zijn neergelegd.
De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.
De feiten leveren naar Nederlands recht op:
Medeplegen van mishandeling, begaan tegen zijn kind, meermalen gepleegd

5.Slotsom

Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 van Pro de OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.

6.Toepasselijke wetsbepalingen

De artikelen 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht en 2, 5, 7, van de Overleveringswet.

7.Beslissing

STAAT TOEde overlevering van
[opgeëiste persoon]aan het Openbaar Ministerie van Duisburg (Duitsland) voor de van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf,
te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens de feiten waarvoor haar overlevering wordt verzocht.
Aldus gedaan door
mr. A.J. Dondorp, voorzitter,
mrs. M. van Mourik en T. Trotman, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. D. Smeets, griffier,
en uitgesproken ter openbare zitting van 19 oktober 2017.
Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.