De rechtbank Amsterdam behandelde op 22 augustus 2017 een strafzaak tegen verdachte die werd beschuldigd van bedreiging en mishandeling. Verdachte zou zijn ex-partner via sms hebben bedreigd en een andere persoon fysiek hebben mishandeld. De rechtbank oordeelde dat de sms-berichten niet voldoende dreigend waren om bedreiging bewezen te verklaren en sprak verdachte daarvan vrij.
Ten aanzien van de mishandeling oordeelde de rechtbank dat verdachte op 16 januari 2017 het slachtoffer bij de kraag had gegrepen en tegen de muur had geduwd, wat min of meer hevige onaangename lichamelijke gevoelens veroorzaakte. Hoewel het slachtoffer ook geslagen zou zijn, was niet bewezen dat verdachte dit had gedaan, zodat verdachte daarvan werd vrijgesproken.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 14 dagen op, waarvan 3 dagen reeds door voorarrest waren doorgebracht. Van de resterende 11 dagen werd het grootste deel voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werden bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder meldplicht bij de reclassering, behandeling bij een forensische psychiatrische polikliniek en naleving van schuldhulpverleningstrajecten.
De strafoplegging hield rekening met de ernst van het feit, de persoon van verdachte, zijn eerdere veroordelingen voor huiselijk geweld en het reclasseringsrapport dat onder meer impulsief gedrag en een verstandelijke beperking signaleerde. De rechtbank benadrukte dat verdachte vooral hulp en begeleiding nodig heeft om recidive te voorkomen.