ECLI:NL:RBAMS:2017:7215

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
4 oktober 2017
Publicatiedatum
3 oktober 2017
Zaaknummer
AMS 17/3147
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 6:6 AwbArt. 6:15 AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken adres en inschrijving in Basisregistratie Personen

Eiseres diende een beroepschrift in tegen een uitspraak van de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam inzake afvalbelasting. Het beroepschrift werd ingediend bij de Rechtbank Noord-Holland, die het doorstuurde naar de Rechtbank Amsterdam. De rechtbank beoordeelde het beroepschrift zonder zitting omdat het eindoordeel niet ter discussie stond.

Het beroepschrift voldeed niet aan de wettelijke vereisten: het ontbrak aan een adres, een handtekening en een kopie van het bestreden besluit. De griffier kon eiseres niet in de gelegenheid stellen het beroepschrift te herstellen, omdat het adres niet bekend was en eiseres niet was ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Pogingen om het adres via andere bronnen te achterhalen, mislukten.

De rechtbank oordeelde dat het verwijtbaar was dat eiseres geen adres had vermeld en niet in de Basisregistratie Personen stond ingeschreven, waardoor zij geen herstelverzuim kon toepassen. Het beroep werd daarom kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, zonder inhoudelijke beoordeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van adresgegevens en inschrijving in de Basisregistratie Personen.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Bestuursrecht
zaaknummer: AMS 17/3147

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres (hierna te noemen: [eiseres] ),

en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder (hierna te noemen: de heffingsambtenaar).

Procesverloop

[eiseres] heeft bij brief van 9 mei 2017 een beroepschrift bij de Rechtbank Noord-Holland, locatie Haarlem, ingediend tegen een uitspraak van de heffingsambtenaar op het bezwaarschrift dat [eiseres] heeft ingediend tegen de afwijzing op het door haar ingediende verzoek om kwijtschelding van de afvalbelasting (de bestreden uitspraak).
In de wet staat dat de Rechtbank Noord-Holland het beroepschrift in dat geval ter behandeling moet doorsturen. De Rechtbank Noord-Holland heeft dat vervolgens gedaan.
(artikel 6:15 van Pro de Awb)

Overwegingen

1. De wet, dat is in dit geval de Algemene wet bestuursrecht (Awb), geeft de rechter de mogelijkheid om zonder zitting uitspraak te doen. Een voorwaarde is dat er niet getwijfeld kan worden aan het eindoordeel. De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.
(artikel 8:54 van Pro de Awb)
2. In de wet staat dat in een beroepschrift aan een aantal voorwaarden moet voldoen. Het beroepschrift moet onder andere het adres van [eiseres] bevatten, een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht en het moet zijn ondertekend. Bij het beroepschrift moet zo mogelijk een kopie van de bestreden uitspraak waartegen beroep wordt ingesteld worden meegestuurd. Als dat niet gebeurt kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. De indiener moet eerst wel de gelegenheid krijgen om alsnog een omschrijving of een kopie van de bestreden uitspraak op te sturen.
(artikelen 6:5 en 6:6 van de Awb)
3. [eiseres] heeft geen adres in het beroepschrift vermeld. Het beroepschrift is ook niet door [eiseres] ondertekend. Bij het beroepschrift heeft [eiseres] verder geen kopie van het bestreden besluit meegestuurd.
4. De griffier heeft [eiseres] niet in de gelegenheid kunnen stellen het beroepschrift alsnog aan de voorwaarden uit de wet te laten voldoen. De reden hiervan is dat de rechtbank niet bekend is met het adres van [eiseres] . Om dezelfde reden is [eiseres] geen notabrief voor het griffierecht gestuurd.
5. [eiseres] heeft in haar beroepschrift vermeld dat zij [studie] is aan de [adres studie] en woont in [woonplaats] op de [adres studie] in een [adres 3] .
De griffier heeft geprobeerd het adres van [eiseres] op te zoeken. In de Basisregistratie Persoonsgegevens (Brp) komt de in het beroepschrift vermelde naam [eiseres] tweemaal in Nederland voor. De in [woonplaats] woonachtige [eiseres] heeft de rechtbank geschreven dat zij geen beroep heeft ingesteld. De leeftijd van de in [adres 1] wonende [eiseres] en de omschrijving die [eiseres] in het beroepschrift van haarzelf heeft gegeven komen niet overeen. [eiseres] uit [adres 1] is om die reden niet benaderd. Het adres van [eiseres] kon ook niet gevonden worden via internet (telefoongids, zoekmachines).
6. [eiseres] heeft er niet voor gekozen om via het Digitaal Loket beroep in te stellen, zodat de wet (Awb) de griffier niet in staat stelt om de digitale weg te gebruiken om te proberen contact met [eiseres] op te nemen. Het is de verantwoordelijkheid van [eiseres] om de rechtbank te laten weten wat haar adres is. De rechtbank heeft een beperkt aantal middelen tot haar beschikking om het adres van [eiseres] te achterhalen. De rechtbank heeft deze middelen zonder succes gebruikt.
7. Omdat [eiseres] geen adresgegevens in het beroepschrift heeft vermeld en zij niet staat ingeschreven in de Brp kan het haar worden verweten dat het beroepschrift niet aan de voorwaarden uit de wet voldoet en dat zij geen gebruik kan maken van de herstelmogelijkheid zoals die in artikel 6:6 van Pro de Awb staat.
8. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank komt hierdoor niet toe aan de inhoudelijke beoordeling van het beroep.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan op 4 oktober 2017 door mr. H.C. Naves, rechter, in aanwezigheid van M.P. Osinga-Sanders, de griffier,
en bekend gemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.
griffier
rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.
Coll: M.P.O.
D: B