Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
816,00
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een geschil tussen een zelfstandig taxichauffeur en Taxi Centrale Schiphol (TCS) over een schorsingsmaatregel van één maand opgelegd aan de chauffeur wegens overtredingen van verkeersregels en interne normen. De chauffeur betwist de rechtmatigheid van het besluit en stelt dat hij niet uit vrije wil stilstond, dat de procedure onvoldoende transparant was en dat het hoor en wederhoor niet adequaat is toegepast.
De rechtbank stelt vast dat de normen en het sanctiesysteem van TCS voldoende kenbaar waren en dat de schorsingsmaatregel gebaseerd is op een privaatrechtelijke overeenkomst en het toepasselijke protocol. Het beginsel van hoor en wederhoor is volgens de rechtbank voldoende in acht genomen, mede doordat de chauffeur zijn bezwaar heeft ingediend en TCS daarop heeft gereageerd.
De feiten zijn onderbouwd met een rapport van bevindingen van een handhaver en verklaringen van verkeersregelaars, waartegen de ontlastende verklaring van de chauffeur onvoldoende gewicht krijgt. De overtredingen zijn van soortgelijke aard en vonden binnen korte tijd plaats, wat de oplegging van een schorsing van een maand passend maakt.
De belangenafweging leidt niet tot een andere uitkomst; de chauffeur heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij tijdens de schorsing geen inkomen kan verwerven. De voorzieningenrechter wijst de vordering af en veroordeelt de chauffeur in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering af en bevestigt de schorsing van één maand voor de taxichauffeur.