Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 augustus 2017 in de zaak tussen
[naam 2]te Amsterdam,
h.o.d.n. café-restaurant [naam cafe-restaurant] ,
Rechtbank Amsterdam
De gemeente Amsterdam verleende op 3 juli 2017 een exploitatievergunning voor een café-restaurant met terras aan een vergunninghouder. Een omwonende maakte bezwaar tegen deze vergunning vanwege overlastklachten die hij en zijn buren ervaren, zoals geluidsoverlast en verstoring van het woon- en leefklimaat.
De voorzieningenrechter onderzocht of een voorlopige voorziening moest worden getroffen om de vergunning te schorsen totdat het bezwaar was behandeld. De burgemeester stelde dat de vergunning geen ontoelaatbare overlast zou veroorzaken en baseerde dit op informatie van politie en handhaving, maar gaf geen gedetailleerde belangenafweging in het besluit.
De voorzieningenrechter constateerde dat de belangenafweging onvoldoende was gemotiveerd en dat de burgemeester geen duidelijk beleid had ontwikkeld voor het verlenen van dergelijke vergunningen. Daarom moet de burgemeester in de bezwaarprocedure de belangen van de omwonenden en de vergunninghouder zorgvuldig tegen elkaar afwegen en dit duidelijk motiveren.
Ondanks het gebrek aan motivatie wees de voorzieningenrechter het verzoek om schorsing af, mede omdat de overlast ook door een naastgelegen café wordt veroorzaakt en schorsing geen aanvaardbare oplossing is voor de verzoeker. De burgemeester moet het betaalde griffierecht aan de verzoeker vergoeden.
Uitkomst: Het verzoek om schorsing van de terrasvergunning wordt afgewezen, maar de burgemeester moet de belangenafweging in de bezwaarprocedure zorgvuldig motiveren.