De huurster heeft van augustus 2014 tot november 2016 een zelfstandige woonruimte gehuurd van de verhuurster. De huurprijs bedroeg €1.500 per maand, waarvan €450 voor meubilering en €200 voor VVE-servicekosten. De verhuurster verstrekte geen afrekening van de servicekosten, terwijl zij daartoe wettelijk verplicht was.
De huurster vorderde terugbetaling van onverschuldigd betaalde bedragen, omdat de meubilering veel minder waard bleek dan de in rekening gebrachte €450 per maand en de VVE-bijdragen niet aan haar doorberekend mochten worden. De verhuurster betwistte dit en verweerde zich met onder meer het argument van redelijkheid en billijkheid en het ontbreken van tijdige klachten.
De kantonrechter oordeelde dat de verhuurster tekort is geschoten in haar verplichtingen en dat de huurster recht heeft op een redelijke vergoeding voor meubilering van €47,99 per maand. De onverschuldigde betaling aan meubilering bedroeg daardoor €11.055,28. De VVE-bijdragen van €5.500 waren eveneens onverschuldigd betaald. De vordering tot terugbetaling van in totaal €16.555,28 werd toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf januari 2017. De buitengerechtelijke kosten werden afgewezen wegens niet-naleving van wettelijke vereisten. De verhuurster werd veroordeeld in de proceskosten.