ECLI:NL:RBAMS:2017:6051
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen sluiting B&B wegens hotelmatig gebruik
De zaak betreft een bestuursrechtelijke procedure waarin de besloten vennootschap Iamb&b B.V. een voorlopige voorziening verzocht tegen een besluit van het algemeen bestuur van de bestuurscommissie Amsterdam-Centrum. Dit besluit van 5 juli 2017 legde bestuursdwang op en beval het staken van het hotelmatig gebruik van een woning aan de eerste etage van een adres in Amsterdam.
Verweerder stelde dat het gebruik in strijd was met het bestemmingsplan, omdat de eerste etage een zelfstandige woonruimte betreft en de B&B niet door de hoofdbewoner zelf werd geëxploiteerd. Verzoekster voerde aan dat zij een spoedeisend belang had omdat zij diensten verleent aan de eigenaresse van de B&B en andere B&B-houders, en dat het besluit haar bedrijfsvoering schaadt.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het belang van verzoekster beperkt is tot het onderhavige bestuursdwangbesluit en dat er geen sprake is van onomkeerbare gevolgen die onmiddellijke voorziening rechtvaardigen. De bezwaarprocedure, met een geplande hoorzitting, biedt voldoende gelegenheid voor nadere bestudering. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het bestuursdwangbesluit is afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.