Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 augustus 2017 in de zaak tussen
de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder
Procesverloop
ten aanzien van een woningeen bepaalde WOZ-waarde is vastgesteld. Het valt ook niet in te zien hoe de WOZ-waardering van een kantoortoren bestaande uit 7 objecten zou kunnen worden gebruikt bij het bepalen van de huurprijs van 229 woningen. In deze zaak bepleit eiseres echter dat verweerder bij de vaststelling van de WOZ-waarde had moeten uitgaan van een andere kwalificatie en objectafbakening, namelijk 229 woningen in aanbouw. Indien eiseres daarbij in het gelijk zou worden gesteld, zou de WOZ-waarde mogelijk
welvan invloed kunnen zijn op de maximale huurprijs. Daarom heeft eiseres dus belang bij een inhoudelijke beoordeling van de zaak. Hetzelfde geldt voor de huurders.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak op bezwaar;
- stelt de waarde van de 1e verdieping vast op € 838.500,-, van de 2e, 3e, 4e, 5e en 11e, verdieping met begane grond en kelder gezamenlijk op € 4.565.600,-, van de 6e verdieping op € 811.200,-, van de 7e verdieping op € 815.100, van de 8e verdieping op € 823.550,- , van de 9e verdieping op € 833.300,- en van de 10e verdieping op € 815.100,-;
- bepaalt dat de aanslagen onroerende zaakbelasting en reinigingsheffing overeenkomstig dienen te worden aangepast;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde bestreden uitspraak op bezwaar;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 319,- aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.044,10.
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 2 augustus 2017.