ECLI:NL:RBAMS:2017:5867
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen intrekking bijstandsuitkering wegens onduidelijk verblijf
De man huurt sinds 2 februari 2017 een woning in Amsterdam en staat ingeschreven op dat adres. Zijn moeder vroeg bijzondere bijstand aan voor de inrichting van de woning. Naar aanleiding hiervan deed de gemeente onderzoek omdat bleek dat de man mogelijk niet op het opgegeven adres verbleef. Hij verscheen niet op een eerste gesprek, waarna de uitkering werd opgeschort. Bij een tweede gesprek verklaarde de man dat hij wisselend verbleef bij zijn zus, vrienden en moeder, maar niet precies waar en wanneer. Hij weigerde een huisbezoek en verliet het gesprek voortijdig.
De gemeente trok de bijstandsuitkering per 2 februari 2017 in wegens schending van de inlichtingen- en medewerkingsplicht. Na bezwaar werd dit teruggedraaid tot 1 april 2017. De man stelde dat hij niet zijn hoofdverblijf had verplaatst en betwistte de juistheid van het verslag van het gesprek, dat niet door hem was ondertekend.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verslag en het op ambtsbelofte opgemaakte rapport voldoende bewijs vormden. De man had vanaf maart 2017 zijn hoofdverblijf feitelijk verplaatst en leidde een zwervend bestaan. De gemeente kon daardoor het recht op bijstand niet vaststellen en handelde terecht. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.