ECLI:NL:RBAMS:2017:5792
Rechtbank Amsterdam
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Weigering Verklaring Omtrent het Gedrag voor taxichauffeurskaart na verkeersongeval met letsel
Verzoeker heeft op 1 februari 2017 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aangevraagd voor een taxichauffeurskaart. De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft deze aanvraag geweigerd vanwege een verkeersdelict binnen de terugkijktermijn van vijf jaar, namelijk het veroorzaken van een verkeersongeval met lichamelijk letsel in 2015. Verzoeker is hiervoor veroordeeld tot een werkstraf en een voorwaardelijke rijontzegging.
De rechtbank heeft het beroep van verzoeker tegen deze weigering behandeld en geoordeeld dat het verkeersdelict, indien herhaald, een gevaar oplevert voor de samenleving en een belemmering vormt voor de behoorlijke uitoefening van het beroep taxichauffeur. De rechtbank benadrukt dat het niet gaat om de kans op recidive van verzoeker, maar om het objectieve risico dat een dergelijk delict in het algemeen inhoudt.
Verzoeker voerde aan dat hij destijds minderjarig was en dat het delict op een opgevoerde brommer was gepleegd, en dat hij financieel afhankelijk is van het taxivak. De rechtbank achtte deze omstandigheden onvoldoende om af te wijken van de weigering, mede vanwege het korte tijdsverloop en de lopende proeftijd. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de VOG voor de taxichauffeurskaart wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.