De rechtbank Amsterdam behandelde op 27 juli 2017 een verzoek tot tussentijdse toetsing van de voortzetting van de ISD-maatregel die op 27 januari 2015 was opgelegd aan de veroordeelde. De ISD-maatregel is bedoeld voor stelselmatige daders en heeft als doel de beveiliging van de maatschappij en het beëindigen van recidive.
Tijdens de zitting werden diverse rapportages en verslagen besproken, waaronder een voortgangsverslag van juli 2017. Hieruit bleek dat de veroordeelde sinds de start van de maatregel in december 2015 diverse trajecten doorloopt, zoals dagbesteding, verslavingsbehandeling en beschermd wonen. Hoewel er sprake was van een terugval in drugsgebruik en enkele gedragsproblemen, vertoonde de veroordeelde overwegend positief gedrag en inzet.
De officier van justitie pleitte voor voortzetting van de maatregel vanwege het grote risico op terugval en het ontbreken van een stabiele woon- en hulpverleningssituatie buiten de ISD. De verdediging stelde dat het traject weinig voortgang boekt en dat beëindiging van de maatregel gewenst is omdat de extramurale fase nog niet is aangevangen en de maatregel binnenkort afloopt.
De rechtbank oordeelde dat het traject voldoende voortvarend is opgestart en dat het te vroeg is om te concluderen dat de veroordeelde zelfstandig zonder de structuur van de ISD-maatregel de positieve ontwikkeling kan voortzetten. Daarom is voortzetting van de maatregel noodzakelijk om de maatschappij te beveiligen en recidive te voorkomen.