De rechtbank Amsterdam heeft op 18 januari 2017 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte wegens kinderopvangtoeslagfraude. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van oplichting, opzettelijk gebruik van vals geschrift en het opzettelijk nalaten van tijdige gegevensverstrekking aan de Belastingdienst.
Uit het onderzoek bleek dat verdachte tussen 2008 en 2013 valse elektronische aanvragen en wijzigingen voor kinderopvangtoeslag heeft ingediend, waarbij zij onjuiste uren en opvanggegevens heeft opgegeven. Hierdoor werd zij onterecht financieel bevoordeeld met ongeveer €90.000. Tevens gebruikte zij vervalste facturen en jaaropgaven die niet overeenkwamen met de feitelijke opvang.
De rechtbank baseerde haar oordeel op de bekennende verklaring van verdachte en diverse bewijsmiddelen. Hoewel de officier van justitie een gevangenisstraf van 7 maanden eiste, hield de rechtbank rekening met haar persoonlijke omstandigheden, zoals haar werk als docente, de zorg voor haar jonge dochter en het feit dat zij onder bewind staat en begon met terugbetaling. Daarom werd een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden gecombineerd met een taakstraf van 240 uur opgelegd.
De rechtbank verwierp het verzoek om de zaak aan te houden voor het horen van de ex-man van verdachte, die volgens de verdediging een initiërende rol had. De straf is bedoeld om verdachte te weerhouden van toekomstige strafbare feiten en benadrukt de ernst van de fraude en het nadeel voor de samenleving.