De zaak betreft een geschil tussen een kledingproducent en voetbalclub Ajax over het beëindigen van hun samenwerking. De producent, die jarenlang kleding bedrukt heeft voor Ajax, werd door Ajax opgezegd nadat op een braderie verkeerde Ajax-kleding werd verkocht. De producent ontkende zelf de verkoop, maar stond wel achter de kraam en zijn bestelbus was geparkeerd bij de verkoopplek.
Ajax stelde dat het eigendomsrecht op de kleding bij haar en haar kledingsponsor bleef en dat de verkoop een vertrouwensbreuk betekende die het beëindigen van de samenwerking rechtvaardigde. De producent stelde dat zijn vriendin zonder zijn toestemming de artikelen verkocht had en dat hij niet eigenaar was van de restartikelen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het voldoende aannemelijk was dat de producent de kleding verkocht of dit toestond, en dat er geen sprake was van eigendomsoverdracht of verjaring. De vertrouwensbreuk was voldoende grond voor opzegging. Er waren geen afspraken over opzegtermijnen en de termijn van twee maanden was redelijk. De vordering tot voortzetting van de overeenkomst werd afgewezen en de producent werd veroordeeld in de proceskosten.