Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
vonnis van de kantonrechter
Stichting Wellant,
[gedaagde]
gedaagde,
Rechtbank Amsterdam
Eiseres vordert betaling op grond van een lesovereenkomst die vermoedelijk is gesloten toen de minderjarige 15 jaar was. De vordering is gericht tegen de wettelijk vertegenwoordiger van de minderjarige. Volgens de wet is een minderjarige onbekwaam om een dergelijke overeenkomst te sluiten zonder toestemming van de wettelijk vertegenwoordiger.
Eiseres heeft niet gesteld of de overeenkomst door de minderjarige zelf of door de wettelijk vertegenwoordiger is gesloten, noch of toestemming is verleend. Hierdoor ontbreekt een voldoende grondslag om aansprakelijkheid van de minderjarige aan te nemen.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aan haar stelplicht heeft voldaan en wijst de vordering als kennelijk ongegrond af. De proceskosten worden begroot op nihil en worden aan eiseres opgelegd.
Uitkomst: Vordering afgewezen wegens onvoldoende stelling aansprakelijkheid minderjarige.