Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
mr. K.F.E. den Hartog, en van wat de raadsvrouw van verdachte, mr. P.M.A.C. van de Wouw, naar voren hebben gebracht.
Rechtbank Amsterdam
Op 19 augustus 2014 vonden in de Vluchtgarage te Amsterdam Zuidoost meerdere vechtpartijen plaats waarbij het 26-jarige slachtoffer betrokken was. Na de derde vechtpartij raakte het slachtoffer buiten bewustzijn en overleed op 24 augustus 2014 aan ernstig hersenletsel veroorzaakt door uitwendig mechanisch geweld.
Verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk toebrengen van dit letsel met voorbedachten rade, medeplegen van doodslag en mishandeling. De officier van justitie stelde dat verdachte als leider van de groep handelde, opruiende woorden sprak en het slachtoffer schoppend mishandelde terwijl hij bewusteloos op de grond lag.
De rechtbank oordeelde echter dat niet bewezen kon worden dat verdachte het slachtoffer heeft geschopt of dat hij als leider heeft opgetreden. Zijn aanwezigheid tijdens het incident was onvoldoende om medeplegen of medeplichtigheid aan te nemen. Ook was er geen causaal verband tussen de vuistslag van medeverdachte en het overlijden van het slachtoffer.
Daarom verklaarde de rechtbank het ten laste gelegde niet bewezen en sprak verdachte vrij van doodslag en zware mishandeling. De vrijspraak is gebaseerd op het ontbreken van overtuigend bewijs voor de directe betrokkenheid van verdachte bij de fatale verwondingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor betrokkenheid bij de fatale mishandeling en doodslag.