ECLI:NL:RBAMS:2017:3952
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in zaak BTW-carrouselfraude wegens onvoldoende bewijs opzet en deelname criminele organisatie
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van deelname aan een criminele organisatie, het doen van onjuiste aangiften omzetbelasting, het opmaken van valse facturen en vervoersdocumenten, en het verhullen van de herkomst van geldbedragen in het kader van een BTW-carrouselfraude.
Het Openbaar Ministerie stelde dat verdachte feitelijk leiding gaf aan de fraude, onder meer door het opmaken van valse documenten en het faciliteren van de carrousel, waarbij verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaardde dat de documenten niet overeenkwamen met de werkelijkheid. De verdediging voerde aan dat verdachte niet wist van de criminele organisatie en door een medeverdachte was misleid, waardoor opzet ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat de valsheid in geschrifte weliswaar vaststond, maar dat niet bewezen kon worden dat verdachte of zijn bedrijf deze documenten met opzet valselijk hadden opgemaakt met het oogmerk ze als echt te gebruiken. Verdachte was door een medeverdachte gebruikt zonder zicht op de fraude. Ook kon niet bewezen worden dat verdachte deelnam aan een criminele organisatie met het oogmerk misdrijven te plegen.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat verdachte niet wist of had moeten weten dat zijn bedrijf deelnam aan de fraude, waardoor de onjuiste aangiften omzetbelasting niet aan hem konden worden toegerekend. Op grond hiervan sprak de rechtbank verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende bewijs voor opzet en deelname aan een criminele organisatie.