Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
terwijl [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of zijn/hun mededader(s) van het plegen van voornoemd misdrijf zijn/hun beroep heeft/hebben gemaakt en/of bovengenoemd misdrijf als bedrijf heeft/hebben uitgeoefend,
terwijl hij, verdachte, en of zijn mededader(s) van het plegen van voornoemd misdrijf zijn/hun beroep heeft/hebben gemaakt en/of bovengenoemd misdrijf als bedrijf heeft/hebben uitgeoefend;
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
De rechtbank merkt voorts op dat in de tenlastelegging niet is opgenomen dat verdachte als vennoot heeft nagelaten in te grijpen in de verboden gedragingen van de vennootschap onder firma.
5.Bewezenverklaring
terwijl zijn mededader van het plegen van voornoemd misdrijf zijn beroep heeft gemaakt en bovengenoemd misdrijf als bedrijf heeft uitgeoefend;
terwijl hij, verdachte, en één van zijn mededaders van het plegen van voornoemd misdrijf hun beroep hebben gemaakt en bovengenoemd misdrijf als bedrijf hebben uitgeoefend;
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straf
9.Toepasselijke wettelijke voorschriften
22c, 22d, 47, 55, 57, 63, 311 van het Wetboek van Strafrecht;
10.Beslissing
taakstrafbestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van
120 (honderdtwintig) uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 (zestig) dagen, met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag.