Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
5.Bewezenverklaring
terwijl hij, verdachte, van het plegen van voornoemd misdrijf zijn beroep heeft gemaakt en bovengenoemd misdrijf als bedrijf heeft uitgeoefend;
terwijl hij, verdachte, en één van zijn mededaders van het plegen van voornoemd misdrijf hun beroep hebben gemaakt en bovengenoemd misdrijf als bedrijf hebben uitgeoefend;
6.De strafbaarheid van de feiten
7.De strafbaarheid van verdachte
8.Motivering van de straffen en maatregelen
De op de beslaglijst vermelde voorwerpen met nummers 4, 6, 36, 37, 39, 42 en 48 dienen te worden onttrokken aan het verkeer.
De op de beslaglijst vermelde voorwerpen met nummers 1, 2, 3, 5, 35, 38, 40, 41, 43, 44, 45, 46, 47 en 50 dienen te worden teruggegeven aan verdachte, waarbij wordt opgemerkt dat er ten aanzien van een aantal van die voorwerpen nog conservatoir beslag ligt.
Voor het op de beslaglijst vermelde voorwerp met nummer 49 vordert de officier van justitie bewaring ten behoeve van de rechthebbende, nu dit voorwerp nog van belang kan zijn voor de ontnemingszaak.
Verdachte heeft zich voorts schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een wapen en munitie. Vuurwapens worden vaak gebruikt bij het plegen van strafbare feiten en vormen een groot gevaar en een aanzienlijke bedreiging voor de veiligheid van personen in de samenleving. Het voorhanden hebben daarvan maakt een ernstige inbreuk op de rechtsorde. Daarom moet streng worden opgetreden tegen het onbevoegd voorhanden hebben van vuurwapens en munitie.
9.Beslag
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
33, 33a, 36b, 36c, 45, 47, 55, 57, 63, 311, 420bis van het Wetboek van Strafrecht;
31, 31a en 31b van de Auteurswet;
11.Beslissing
12 (twaalf) maanden.
, groot 3 (drie) maanden, van deze gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast.