De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak van verdachte die werd vervolgd voor het bezit van grote hoeveelheden hennep in verband met de exploitatie van zijn coffeeshop. De tenlastelegging betrof twee afzonderlijke feiten waarbij verdachte opzettelijk grote hoeveelheden hennep en hasjiesj bij zich had. De verdediging voerde onder meer aan dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege een gedoogverklaring en onrechtmatige aanhouding.
De rechtbank verwierp de niet-ontvankelijkheidsverweren. Er is geen gerechtvaardigd vertrouwen dat het OM niet zou vervolgen, mede vanwege de achterdeurproblematiek waarbij de bevoorrading van coffeeshops verboden blijft ondanks het gedogen van verkoop. De aanhouding werd niet als onrechtmatig beoordeeld, ondanks dat de politie verdachte volgde op basis van het rijden in een Jaguar en het eigenaarschap van een coffeeshop.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte de hennep en hasjiesj opzettelijk bij zich had in hoeveelheden passend bij de bevoorrading van zijn coffeeshop. Hoewel de feiten strafbaar zijn, past de rechtbank artikel 9a Sr toe vanwege de paradoxale situatie rondom de exploitatie van coffeeshops en de achterdeurproblematiek. Verdachte had zijn bedrijf goed georganiseerd en hield zich aan de AHOJG-criteria zonder overlast te veroorzaken. Daarom werd verdachte strafbaar verklaard maar zonder straf of maatregel veroordeeld.