Op 23 februari 2016 werd in de woning van verdachte en zijn vrouw een hennepplantage, verschillende soorten harddrugs, een pistool, munitie en andere wapens aangetroffen. Verdachte werd beschuldigd van medeplegen van bezit van deze verboden middelen en wapens.
Tijdens de zitting werd vastgesteld dat verdachte samen met zijn vrouw de drugs en wapens aanwezig had, maar dat het telen en verwerken van hennep alleen door verdachte werd gedaan. De rechtbank achtte bewezen dat verdachte samen met zijn vrouw de hennepplantage en wapens bezat, maar sprak verdachte partieel vrij voor het medeplegen van het telen en voor het bezit van een niet-strafbaar gas-/alarmpistool.
De officier van justitie eiste een gevangenisstraf van 4 maanden, waarvan 2 voorwaardelijk. De verdediging vroeg een geheel voorwaardelijke straf vanwege persoonlijke omstandigheden en het feit dat verdachte geen actieve rol had in de drugshandel.
De rechtbank hield rekening met de ernst van de feiten, waaronder het gevaar van harddrugs en wapens voor de samenleving, maar vond een onvoorwaardelijke gevangenisstraf te zwaar gezien de psychische gesteldheid van verdachte. Daarom werd een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden opgelegd met een proeftijd van 2 jaar.
Daarnaast werden het pistool en patronen onttrokken aan het verkeer. Het vonnis werd uitgesproken door de rechtbank Amsterdam op 16 mei 2017.