ECLI:NL:RBAMS:2017:3181
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen bevestigd ondanks betwisting verwijtbaarheid
Eiseres, een werkgever in de zin van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), kreeg een bestuurlijke boete van €16.000 opgelegd wegens het laten verrichten van arbeid door een vreemdeling zonder geldige tewerkstellingsvergunning.
De rechtbank stelde vast dat eiseres als werkgever verantwoordelijk is voor de naleving van de Wav, ook al was zij slachtoffer van georganiseerde identiteitsfraude. Eiseres had maatregelen genomen, zoals het inschakelen van een duurdere inlener en het hanteren van een stappenplan verificatieplicht, maar deze waren onvoldoende geïntegreerd in het werkproces en boden geen garantie tegen overtreding.
De rechtbank oordeelde dat de boete niet in strijd is met het evenredigheidsbeginsel, omdat de verwijtbaarheid niet ontbrak en eiseres onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij alles redelijkerwijs mogelijk had gedaan om de overtreding te voorkomen.
Een beroep op de hardheidsclausule werd afgewezen omdat de boete was vastgesteld in beleidsregels. Het beroep van eiseres werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de bestuurlijke boete van €16.000 wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen en verklaart het beroep ongegrond.