Uitspraak
1.De procedure
- het op 24 december 2015 ter griffie ingekomen verzoekschrift van de zijde van de man;
- de faxbrief van 12 januari 2016 van de zijde van de man;
- de op 12 februari 2016 ter griffie ingekomen producties van de zijde van de man;
- het op 15 februari 2016 ter griffie ingekomen verweerschrift, tevens houdende zelfstandige verzoeken, van de zijde van de vrouw;
- het op 12 april 2016 ter griffie ingekomen verweerschrift van de zijde van de man tegen de zelfstandige verzoeken;
- de brief van de zijde van de man, ingediend op 22 september 2016;
- de brief van de zijde van de man, ingediend op 30 september 2016;
- de brief met producties van de zijde van de man, ingediend op 5 januari 2017;
- de brief met producties van de zijde van de man, ingediend op 10 februari 2017;
- de brief met producties van de zijde van de man, ingediend op 13 februari 2017;
- de brief met producties van de zijde van de vrouw, ingediend op 13 februari 2017;
- de brief met producties van de zijde van de vrouw, ingediend op 14 februari 2017;
- de brief met producties van de zijde van de man, ingediend op 22 februari 2017.
- [minderjarige 2] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1993;
- [minderjarige 3] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1996;
3.De verzoeken en verweren
Daarnaast verzoekt de man de bijdrage in de kosten van levensonderhoud van de vrouw per 7 juni 2015 op nihil te stellen, dan wel een bijdrage te bepalen die de rechtbank in goede justitie meent te behoren, en de duur van de partneralimentatie te limiteren tot 1 februari 2018, dan wel een datum die de rechtbank in goede justitie meent te behoren. Tot slot verzoekt de man de vrouw te veroordelen in de kosten van de procedure.
4.De beoordeling
5.De beslissing
- met ingang van 5 april 2018 € 5.200,- (vijfduizend tweehonderd euro) bruto per maand;
- met ingang van 5 april 2019 € 3.900,- (drieduizend negenhonderd euro) bruto per maand;
- met ingang van 5 april 2020 € 2.600,- (tweeduizend zeshonderd euro) bruto per maand;
- met ingang van 5 april 2021 € 1.300,- (duizend driehonderd euro) bruto per maand;
bepaalt dat elk der partijen de eigen proceskosten draagt;
wijst het meer of anders verzochte af.