ECLI:NL:RBAMS:2017:2296

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
3 maart 2017
Publicatiedatum
11 april 2017
Zaaknummer
C/13/624772 HA RK 17/73
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking rechter afgewezen wegens gebrek aan motivering en misbruik van recht

Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen mr. D. Bode, bestuursrechter te Amsterdam, tijdens een mondelinge behandeling in een civiele procedure. Het verzoek was gebaseerd op vermeende vooringenomenheid van de rechter.

De rechtbank oordeelde dat wraking alleen mogelijk is bij concrete feiten of omstandigheden die wijzen op vooringenomenheid of een objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor. Verzoekster heeft echter geen feiten of omstandigheden aangevoerd die dit konden onderbouwen. Tijdens de zitting ontstond een discussie waarbij verzoekster de rechter onderbrak en schreeuwde, maar dit vormde geen grond voor wraking.

Daarom werd het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd geoordeeld dat het wrakingsmiddel lichtvaardig en zonder grondslag werd ingezet, wat misbruik van recht opleverde. De rechtbank bepaalde dat een volgend wrakingsverzoek van verzoekster tegen dezelfde rechter niet in behandeling wordt genomen. De procedure wordt voortgezet in de stand van het moment van het wrakingsverzoek.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan motivering en misbruik van recht.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM

Wrakingskamer

Beslissing op het ter zitting van 1 maart 2017 mondeling gedane en onder rekestnummer C/13/624772 HA RK 17/73 ingeschreven verzoek van:
[verzoekster]
wonende te[woonplaats],
verzoekster
welk verzoek strekt tot wraking van mr. D. Bode, bestuursrechter te Amsterdam, hierna: de rechter.
1. Verloop van de procedure
Verzoekster is partij in een bij de rechtbank onder zaaknummer AMS 16/5403 geregistreerde en aanhangige procedure. De rechter heeft het dossier in behandeling. In de zaak heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden op 1 maart 2017.
Van de behandeling ter zitting is een proces-verbaal opgemaakt. Tijdens de behandeling heeft verzoekster de rechter gewraakt.

Gronden van de beslissing

2.1
Wraking van een rechter is slechts mogelijk op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan kan sprake zijn indien de rechter jegens een partij vooringenomen is of indien de vrees van een partij daarvoor objectief gerechtvaardigd is.
2.2
Bij de beoordeling daarvan moet voorop staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij die partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
2.3
Uit de wet en het vermoeden van onpartijdigheid volgt dat een verzoeker concrete feiten en omstandigheden dient aan te voeren waaruit objectief afgeleid kan worden dat de rechter jegens een partij vooringenomen is, of dat de vrees van een partij dat er sprake is van een dergelijke vooringenomenheid objectief gerechtvaardigd is. Alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk - in het verzoek - worden voorgedragen.
2.4
Uit het van de behandeling ter zitting opgemaakte proces-verbaal blijkt dat, nadat de rechter een formeel punt aan de orde had gesteld met betrekking tot de ontvankelijkheid van het door verzoekster ingestelde beroep (niet betaald griffierecht), tussen de rechter en verzoekster een discussie is ontstaan. Tijdens die discussie is verzoekster geïrriteerd geraakt, heeft zij de rechter in zijn betoog onderbroken en is gaan schreeuwen. Nadat de rechter verzoekster had verzocht of zij alstublieft rustig wilde praten en luisteren, heeft verzoekster geroepen: “Ik wraak u”. De rechter heeft verzoekster daarop medegedeeld dat als zij niet stil zou zijn om het wrakingsverzoek af te handelen, zij de zaal beter kon verlaten. Verzoekster is daarop wederom gaan schreeuwen en heeft medegedeeld: “Ik doe ook aangifte van bedreiging. Ik wraak u en ik doe aangifte van bedreiging”. Daarna heeft verzoekster de zittingzaal verlaten zonder dat de gronden zijn genoteerd.
2.6
Nu het verzoek niet is gemotiveerd kunnen geen feiten of omstandigheden worden vastgesteld waaruit eventuele vooringenomenheid van de rechter of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor kan blijken. Daarom is verzoekster kennelijk niet-ontvankelijk in haar verzoek tot wraking. Omdat de feiten en omstandigheden tegelijk moeten worden voorgedragen is er voor nadere motivering daarvan geen plaats. Een mondelinge behandeling kan dan ook achterwege blijven.
2.7
Omdat door verzoekster het middel tot wraking lichtvaardig, want zonder kenbare grondslag is ingezet, is naar het oordeel van de rechtbank sprake van misbruik van recht. De rechtbank zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter belast met de behandeling van de onderhavige zaak van verzoekster niet in behandeling wordt genomen.
3. Het voorgaande leidt tot de navolgende beslissing

BESLISSING

De rechtbank:
 wijst het verzoek tot wraking als kennelijk niet-ontvankelijk af;
 bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking gericht tegen de rechter belast met de behandeling van de zaak van verzoekster niet meer in behandeling zal worden genomen;
 bepaalt dat de procedure geregistreerd onder zaaknummer 16/5403 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment dat het wrakingverzoek werd ingediend.
Deze beslissing is gegeven door mrs. N.C.H. Blankevoort, voorzitter A.W.J. Ros en A.J. Dondorp, leden, in aanwezigheid van F.C.H. Krieger, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 maart 2017.
Rechtsmiddel
Tegen deze beslissing staat geen voorziening open.